Op een ochtend besluiten mijn man Coen en ik om samen een dag naar Vught toe te gaan. De reden van ons bezoek is dat ik heb begrepen dat de man van mijn stief-grootmoeder daar aan het begin van de tweede wereldoorlog in de bossen is gefusilleerd. Hij was een niet-Joodse advocaat en is indertijd gefusilleerd als vergelding voor een groep Duitsers die werden vermoord. We zijn benieuwd of er iets terug te vinden is van zijn aanwezigheid op die plaats.
 
Aangekomen bij kamp Vught valt het ons op dat de plaats door de jaren heen steeds een soortgelijke bestemming heeft gehad. Van interneringskamp tot militaire basis tot penitentiaire inrichting. We doen een bezoek aan het kampdeel waarin een museum is ingericht waarbij je kan zien hoe het er in de oorlog aan toe ging. We ervaren een zware en haast vervuilde atmosfeer. In de entree drinken we nog een kop thee. De zwaarte blijft op ons drukken. We praten over hoe je een schoonmaakbedrijf voor dit soort situaties zou kunnen beginnen. Het reinigen van plaatsen waar de energie bezwaard is met het lijden van de mens.
We lopen door het bos naar de fusilladeplaats. Coen loopt aan de ene kant van het bospad en ik aan de andere kant. We stemmen ons af op ‘dat wat er is’. Ineens kijken we elkaar aan. Coen roept heel hard “Stehen bleiben!!”. Ik ben als verlamd, blijf staan en steek mijn armen in de lucht, ten teken dat ik ongewapend ben. Coen heeft zijn armen opgeheven, als zou hij zijn geweer op mij richten. We blijven zo staan, gevangen in een situatie die we niet kennen en waarvan we niet weten waarheen het gaat. Ik ben volkomen gedachteloos, totaal in het moment. Totdat ik voel dat er iets smelt tussen ons. De verlamming raakt verbroken. Coen laat zijn armen zakken en zegt “Es tut mir leid.”. Het spijt mij. We laten onze tranen stromen zonder te weten waar ze vandaan komen. Ik weet ineens, ik moet hier zo snel mogelijk vandaan, en loop vlug het bospad af, weg van mijn vijand. Aan het einde van het pad stap ik uit de situatie waar ik in beland was, en stamp even op de grond om weer helemaal Sabine te zijn. Coen komt aanlopen, en terwijl we samen doorlopen naar de fusilladeplaats spreken we onze verwondering uit over de bijzondere gebeurtenis.

Verderop vinden we het monument waar heel veel mensen lopen. Hoe wonderlijk dat we tijdens de situatie in het bos niemand zijn tegengekomen, en dat niemand op dat moment op het bospad liep. Op het monument ontbreekt de naam van de man van mijn stief-grootmoeder.
 

Wat een prachtige dag!
De zon scheen, de wind was zacht, de temperatuur aangenaam, de mensen begeesterd en de paarden relaxt en geïnteresseerd.

Ik voel me bijzonder dankbaar voor de bijdrage van een ieder en alles bij de inwijding van ons erf, zodat er ruimte is voor lichtwerk en vanaf vandaag mijn werk van start kan gaan met deze inzichten en basis, ondersteund door een groep zeer bijzondere mensen.

Review van Kim de Jong

Herstellende van een burn out, kwam ik terecht bij Sabine. Niet alleen werd ik hartelijk en met open armen ontvangen, ze gaf me eveneens de rust en aandacht die ik op dat moment nodig had.
Sabine biedt niet alleen een luisterend oor, ze voelt ook feilloos aan wat er speelt. Met haar prachtige, eigengereide en sensitieve paarden, spiegelt ze precies waar je op dat moment staat en tegen aanloopt. Ze moedigt aan waar nodig, maar laat je ook zelf tot inzichten komen.
Hoewel ik met paarden ben opgegroeid, heb ik niet alleen anders naar mezelf en mijn patronen leren kijken, maar ook naar deze dieren. Ik heb meer inzicht gekregen in hoe ik deze dieren aanspreek en wat voor reactie dit geeft. Dat is zo mooi aan Sabine, het welzijn van haar beesten staat voorop maar verliest haar cliënten hierbij niet uit het oog.
Sabine kan lezen en schrijven met haar paarden, en dit alles vanuit rust, respect, vertrouwen en harmonie. Haar dieren zijn op hun eigen(wijze) manier stuk voor stuk meesters in het spiegelen van emoties, triggers, valkuilen en (oude) patronen.
Werken met Sabine en haar paardjes, is een verrijking van jezelf! Ze neemt de tijd voor je, is doortastend, nuchter en zegt waar het op staat. Naast inzicht in de schaduwkanten in jezelf, leer je ook over je sterke eigenschappen, is er ruimte voor lol en plezier en ben je de hele dag lekker buiten.
Kortom, een waardevol bezoek, wat me nog lang zal bijblijven en wat ik iedereen aan kan raden!
 
Kim de Jong

Aanleiding
De aanleiding voor deze ceremonie is als volgt; Perkpolder is een agrarisch gebied waar de gemeente gedurende de afgelopen jaren een aantal plannen voor heeft gemaakt. Het uiteindelijke plan wat er nu ligt zou betekenen dat zich in dit gebied de grootste milieuramp van de Nederlandse geschiedenis kan gaan voltrekken. Om inzicht te krijgen in waarom het gebied dit aangetrokken heeft (en niet een mooi project waar land en bewoners bij gebaat zijn), heb ik besloten tot het organiseren van deze systemische ceremonie. Om de achterliggende dynamieken helder te krijgen.
 
De ceremonie
We hebben in een hoek van de polder een cirkel gemaakt van hooibalen, zoveel mogelijk uit de wind. Er staat een hele harde Oostenwind en het is vrij koud. De hooibalen hebben we aan de buitenkant met klimop, wilg en bloemen van de Amaryllis, en de binnenkant met groene bladeren en tulpen versierd. In het midden van de cirkel staat een compositie van takken waar we bloemen in steken. De deelnemers die zelf bloemen hebben meegebracht steken hun bloemen in het middenboeket. Zo ontstaat er een creatie van verschillende bloemen en kleuren. Alles wat we verwerken heeft een betekenis, iedere bloem en iedere kleur. De bloemen komen van een bloemisterij die de bloemen hebben geschonken, ze zijn nog heel mooi, maar niet meer voor de verkoop geschikt. We houden een opening in de cirkel om de deelnemers binnen en buiten te laten gaan, maar ook om de verbinding met de polder waar het over gaat, te maken. In de opening leggen we bloemen in de kleuren geel (verlangen), rood (passie) en wit (onschuld). Als de eerste deelnemers arriveren beginnen wij met onze trommels te spelen. Het doel hiervan is om verbinding te maken met de aarde en de trilling waarop we werken.
 
Langzaamaan arriveren alle deelnemers en zij vinden een plek op de hooibalen in de cirkel. Het trommelen verstild en ik heet iedereen welkom in de cirkel en leg uit wie ik ben en waarom we deze ceremonie doen. En ik vertel heel kort dat mijn manier van werken voortkomt uit de lessen van de Noord- en Zuid-Amerikaanse natives (indianen). Annemieke Verras vertelt over de bloemen en haar verlangen voor deze ceremonie. Daarna geef ik -met de klok mee- een vogelveer door. Ieder noemt zijn of haar naam en vertelt wat hem of haar hier in de cirkel heeft gebracht. Alles wat er gezegd wordt heeft zijn aandeel in de ceremonie. Zijn het dromen, is het teleurstelling, is het hoop, is het verdriet? Alles is van belang. De veer die rondgaat is van de kiekendief, de grootste roofvogel in onze polder. Hij heeft overzicht over alles, ziet alles haarscherp. Hiermee vraag ik de scherpe blik van de vogel met ons mee te kijken. Ik leg uit dat we ons verbinden met het morfogenetische, ofwel het wetende veld. Dat daar alle informatie is die we kunnen downloaden in onszelf. En dat er mensen in de kring zijn die straks ineens weten dat zij een rol hebben in de ceremonie. Zij krijgen een grote drang om iets te zeggen of iets te doen. Ik vraag ze om, als ze dat ervaren, te gaan staan of hun hand op te steken. Verder vraag ik of ieder zijn aandacht in de kring wil houden. Ook als er afleiding is van buiten de cirkel. Onze aandacht is van essentieel belang, het geeft de ceremonie zijn kracht. De mensen die geen instrument hebben kunnen er een van ons gebruiken. Een aantal hebben zelf een instrument meegenomen.
 
We trommelen een poosje tot de trom zelf gaat verstommen. De trom leidt zelf de ceremonie, soms gaat hij harder of zachter trommelen, zonder dat ik dat zelf verander. Ik merk tijdens het trommelen dat de spanning gaat oplopen, ik laat het bij mezelf doorstromen door zachtjes te gaan zingen. Als ik dat niet doe gaat mijn hele lichaam trillen. Tijdens het trommelen zijn er twee mensen gaan staan die woordvoerder zijn van dit deel van de ceremonie. Ze vertellen waarom ze zijn gaan staan en wat ze ervaren. Even later gaan er nog twee mensen staan, waaronder ikzelf. Er zit heel veel spanning in de situatie, en mensen in de cirkel worden misselijk. Er worden een aantal zinnen gezegd, er is een stroming te voelen die tegen de klok in draait, en het lijkt alsof het middelpunt alles kan opzuigen, de aarde in en bij sommigen is er een schommeling te voelen, als van de golven van de zee. Er is een vraag of de schippers meer zouden kunnen weten. Er komt geen informatie over. Ondertussen veranderen voor mij de bloemen in het midden in een grote brij van kleuren en vormen, waaruit twee helderwitte rozen steken. De rozen vragen alle aandacht. Het is niet duidelijk wat de rozen voor betekenis hebben. Iemand zegt “ik heb het gevoel dat ik naar een begrafenis sta te kijken, terwijl ik eigenlijk vrolijk zou willen zijn. Waarom staan we hier te treuren?” Iemand staat op en zegt “Ik zou dit liedje willen zingen (…).” en begint te zingen. Ondertussen is een van de deelnemers op de grond gaan liggen, voortgekomen uit een buiging voor het midden. Het is voor mij duidelijk dat we iets mogen eren, namelijk de gestorvenen. Vervolgens beginnen de meeste deelnemers de cirkel te verlaten terwijl de ceremonie nog in werking is. Het geeft precies de situatie weer zoals hij is, niet goed of slecht, het is wat het is. Ik zeg een aantal mensen gedag terwijl vier deelnemers de cirkel in het midden blijven aandacht geven en versterken. Er is nog steeds iets gaande daar. Een van de mensen die vertrekt zegt ineens “Jullie hebben met het trommelen de energie losgemaakt van de monniken die hier aan de polder hebben gewerkt.”
 
De monniken
Dan valt ineens alles op zijn plek; de monniken hebben hun leven gegeven voor deze polder, zij zijn (vaak onder erbarmelijke omstandigheden) gestorven om dit land te winnen van de zee. Zij zijn niet gezien-en niet gehoord. Vergeten en over het hoofd gezien. Ik vraag de mensen die niet in de ceremonie zijn, maar nog steeds in de kring staan te praten of zij buiten de kring willen gaan staan, wat ze vervolgens doen. We gaan door met trommelen, nadat ik de informatie over de monniken heb gedeeld met de mensen die nog in de ceremonie zijn. Het wordt steeds kouder en we zetten het vuur bij de bloemen in het midden. Het voelt alsof de kou van de dood ons omvat. Ineens begrijp ik wat we kunnen doen; alle bloemen die buiten de kring liggen, in het midden leggen als eerbetoon aan de gestorvenen. Er schiet mij een lied te binnen wat ik kan afspelen tijdens dit deel van de ceremonie. Het is een danklied; Gracias padre, gracias madre (dank u vader, dank u moeder). We leggen iedere bloem met aandacht en nadruk in het midden, en het voelt alsof het steeds lichter gaat worden in het midden. Wat er eerst alleen maar energie zoog, is nu neutraal geworden. Wanneer alle bloemen in het midden liggen maken we allemaal een diepe buiging en ruimen onze spullen op. Ons werk zit er voor dit moment op.